tips & inspiratie

4 tips om vogels te lokken

Vogels zijn niet alleen leuk om te zien in de tuin, ze zijn ook heel nuttig voor de tuinier. Rupsen, slakken en kevers die zich te goed willen doen aan de mooie planten worden graag gegeten en zeker vogels die een nestje hebben kunnen gigantische aantallen verorberen. Bovendien zorgen vogels voor verspreiding van zaden zodat je soms verrast wordt door prachtige jonge planten op onverwachte plekken.

Zo lok je meer vogels naar je tuin:

  • Plant struiken en bomen die voedsel bieden voor de vogels. Besdragende struiken zoals gelderse roos en lijsterbes, vruchtbomen zoals sierappels of fruitbomen en kleinfruit zoals bessenstruiken zijn heel geschikt voor dit doel.
  • Voer de vogels bij vorst en voedselschaarste. Let hierbij wel op dat je echt vogelvoer geeft, etensresten, gewone pindakaas en pinda’s bevatten veel zout en zijn daardoor ongezond. Ongezouten doppinda’s, vogelpindakaas en vogelvoermixen zijn prima. Bij vorst wordt een bakje water ook op prijs gesteld, maar gebruik een klein bakje zodat de vogels zich niet gaan wassen en vervolgens bevriezen.
  • Zorg voor voldoende beschutting. Vogels willen op een voerplek graag vrij zitten zodat ze gevaar kunnen zien aankomen. Op een afstand van 2-3 meter worden een paar dichte struiken echter zeer op prijs gesteld als schuilmogelijkheid. Dezelfde struiken zijn in het voorjaar een geschikte plaats om te nestelen.
  • Hang nestkastjes op. Kies een beschutte plek, bij voorkeur gericht op het noordoosten zodat de invliegopening uit de wind hangt. Hang de kastjes op in het najaar, de vogels kunnen er dan aan wennen en sommige soorten gebruiken ze ook al graag om in te overnachten. De kans is dan groot dat ze komend voorjaar bewoond worden. Iedere soort heeft zijn eigen eisen aan de vorm, de grootte van de invliegopening en de afstand tussen nestkasten. Met een nestkast voor mezen heb je bijna altijd succes. Hang deze minimaal drie meter uit elkaar en kies een invliegopening van 28mm (pimpelmezen) of 32mm (koolmezen).