tips & inspiratie

Snoei je vlinderstruik

Zodra de kans op strenge vorst voorbij is kun je de vlinderstruik gaan snoeien. Als je een volwassen Buddleja hebt met een stevig gestel (takkenstelsel) knip je de uitlopers van het afgelopen jaar terug tot op dit gestel. Laat daarbij altijd een aantal jonge uitlopers zitten. Wanneer er op het gestel geen knoppen uitlopen dan laat je een aantal centimeter van de jongere takken direct op het gestel zitten en knip je deze terug tot boven een uitloper. De struik heeft zo alsnog de kans zich verder te ontwikkelen.

Jonge buddleja

Bij een jongere struik vorm je de eerste jaren een gestel door alle takken terug te knippen tot 40-50 cm (bij dwergsoorten 20-30 cm) hoogte. Zorg dat er een open structuur ontstaat met drie tot vijf hoofdtakken die mooi naar buiten wijzen. Alle uitlopers die kaarsrecht de lucht in groeien knip je weg. Hetzelfde geldt voor takken die naar binnen toe groeien. Knip de struik in het eerste jaar voldoende ver terug (20-30 cm mag gerust als de struik veel uitlopers heeft), zodat de vlinderstruik weer mooi vertakt uitloopt. Het jaar erop kun je aan iedere tak één of twee uitlopers wat langer laten. Door deze snoeiwijze vorm je een vertakt gestel dat jarenlang de basis is voor een sterke, rijkbloeiende vlinderstruik.

Na de bloei

Buddleja’s worden pas na de winter echt teruggesnoeid om te voorkomen dat er vocht in de holle stengels komt. Als er wel vocht in de stengels zou komen dan bestaat de kans dat ze daardoor in de wintermaanden kapot vriezen. Uitgebloeide bloemen mag je natuurlijk wel wegknippen tot een onderliggende knop als je dat wilt. In de herfst mag je grote vlinderstruiken met ongeveer 1/3 inkorten, snoei ze daarbij niet korter dan 1 meter, opnieuw om het risico op bevriezing te verkleinen. In het voorjaar snoei je dan een 2e keer waarbij je de takker verder terug knipt. Kleinere soorten en jonge planten kun je beter helemaal niet snoeien in de herfst.