tips & inspiratie

Vaste planten delen

De groei en bloei van vaste planten loopt vaak wat terug als ze langere tijd op dezelfde plaats staan. Om ze te verjongen kun je de meeste soorten delen. Je krijgt hierdoor meerdere jonge planten met hernieuwde groeikracht die weer een aantal jaar volop bloeien. Ook bij planten die te groot worden voor hun plek (of waar je er graag meer van wilt hebben) is delen een goed idee.

Wanneer delen?
September is een prima tijd om vaste planten te delen. De planten hebben na het delen nog voldoende tijd om weer te wortelen en zich voor te bereiden op de winter. Delen doe je natuurlijk niet als het heel warm is (of nog gaat worden) en bij planten die volop in bloei staan of in knop zitten. Is dit wel het geval, wacht dan tot in het vroege voorjaar; wanneer de planten net opnieuw beginnen uit te lopen.

Hoe deel je vaste planten?
– Spit de plant die je wilt delen met een grote kluit uit de grond, liever iets ruimer dan er heel strak omheen.
– Kijk waar de groeipunten zitten, de plekken waar de stengels/bladeren tevoorschijn komen. Schud eventueel wat van de grond van de wortels af om het beter te zien.
– Deel de kluit in twee of meerdere stukken. Zorg dat ieder stuk één of meerdere groeipunten heeft. Als het centrum van de kluit kaal en dood is gooi je dat stuk weg.
– Haal alle onkruid, dode en losse bladeren en wortels weg. Als de nieuwe plantjes heel veel blad hebben haal je de oudste bladeren weg.
– Plant de nieuwe planten weer op dezelfde of nieuwe plekken. Maak de grond goed los, zorg voor bodemverbetering met potgrond, compost of bladaarde en geef goed water de eerste weken.

Verschillende soorten:
Sommige vaste planten maken een hele losse kluit die je makkelijk met de hand kunt scheuren. Tuingeraniums en Heuchera bijvoorbeeld. Probeer aan iedere nieuwe plant voldoende wortels te laten zitten. Ook stengels met weinig wortels kunnen verder groeien, maar geef ze wel extra aandacht!
Grote kluiten met lossere of vlezige wortels deel je het beste door met een riek de kluit in delen te ‘wrikken’. Zo beschadig je de wortels het minste. Dit werkt goed bij Sedum, asters en Phlox.
Houtige en dichte kluiten, zoals siergrassen, hosta’s en riddersporen hebben een stevige aanpak nodig. Steek de kluit met een spade in stukken, liefst wat forser van formaat dan blijven er voldoende wortels intact.

Niet delen:
Sommige vaste planten houden er niet van om verplaats te worden. Dit geldt bijvoorbeeld voor pioenrozen. Deel deze dus alleen als het echt nodig is, je moet daarna waarschijnlijk weer een tijdje op bloemen wachten.
Ook zijn er planten die je simpelweg niet kunt delen. Lavendel, muurbloem (Erysimum), Gaura en Verbena bijvoorbeeld. Deze planten hebben een houtachtige structuur en moet je door snoeien en stekken verjongen/vermeerderen.