tips & inspiratie

Ja, ik wilG. Veelzijdige Salix.

De wilgenfamilie (Salix) is heel divers en kom je in veel tuinen tegen. Geen wonder, want wilgen zijn heel veelzijdig. Van de grote knot- en treurwilgen tot de Japanse bonte wilgjes en dwergsoorten vol katjes. Voor iedere plaats is er wel een wilgensoort die past.

Verzorging

Wilgen zijn snelle en sterke groeiers die je goed kunt snoeien. Voor de echte bomen doe je dat in het vroege voorjaar, de katjeswilgjes snoei je na de bloei in juni. Als laatste zijn de bonte Japanse wilgjes aan de beurt, snoei deze in juni en/of september. Met voldoende voeding in het voorjaar krijg je een mooie volle plant. Organische mest in het voorjaar is daarvoor ideaal.
Alle wilgen houden van een vochtige standplaats, geef een wilgje in pot daarom ook regelmatig water.

De verschillende wilgen

  • Gele treurwilg: Salix sepulcralis ‘Chrysocoma’, snelle groeier met geelbruine takken die sterk afhangen. Doet het goed op een vochtige standplaats. Indien je eenmaal dikke takken wegsnoeit zul je dat moeten blijven bijhouden om afbrekende takken te voorkomen. Kandelaberen is een goede optie als je een treurwilg in toom wilt houden.
  • Knotwilg: Salix alba, groeit snel en kan op iedere gewenste hoogte geknot worden. De soort ‘Belders’ is minder gevoelig voor de watermerkziekte die ’s zomers voor zwarte afvallende bladeren kan zorgen. ‘Chermesina’ is onze favoriet, met mooie geeloranje takken in de winter. Minimaal eens per drie jaar knotten is aan te raden. Om het jaar of jaarlijks mag ook en geeft geen enkel probleem. Zonder te knotten groeien deze soorten uit tot grote bomen, de naam schietwilg hebben ze dan ook te danken aan de grote groeikracht.
  • Watertreurwilg: Salix ‘Kilmarnock’, de bekendste van de katjeswilgen. Heeft in het voorjaar mooie dikbehaarde knoppen gevolgd door zilvergrijze bloemen die overdekt zijn met gele meeldraden. De takken hangen bijna recht naar beneden. ‘Kilmarnock’ is verkrijgbaar in verschillende stamhoogtes.
  • Amerikaanse treurwilg: Salix purpurea ‘Pendula’ heeft roodachtige twijgen en heel smal blad. De knoppen zijn iets kleiner dan bij ‘Kilmarnock’, maar van een afstand lijken beide soorten op elkaar.
  • Waterwilg: Salix caprea ‘Curly Locks’ is een semi-treurwilgje. De takken van deze soort zijn grillig gedraaid. De groei is wat langzamer dan van andere soorten, snoei daarom niet te veel. ‘Curly Locks’ bloeit rijk met zilvergrijze katjes vol gele meeldraden.
  • Japanse bonte wilgjes: Salix integra ‘Nakuro Hishiki’ en ‘Flamingo’ hebben smalle blaadjes die rozeachtig uitlopen in het voorjaar, daarna verkleuren ze langzaam naar witbont. Aan de toppen blijven nieuwe rozige blaadjes tevoorschijn komen, wat een mooi contract geeft met de witgroene oudere bladeren. De jonge twijgen zijn roodachtig in herfst en winter. Deze soorten kunnen lange uitlopers maken, deze kun je prima toppen tijdens het groeiseizoen. Regelmatig snoeien zorgt voor veel nieuwe takjes en blad met de mooiste kleuren.
  • Dwergwilgjes: Salix arbuscula, helvetica en subopposita zijn eigenlijk laagblijvende struikjes die door de kweker op een stammetje worden geënt. ‘Yalta’ is een dwergwilgje met roodpaarse katjes. Ze groeien allemaal compact en vragen weinig onderhoud. Salix repens ‘Iona’ en ‘Voorthuizen’ zijn treurvormige dwergwilgjes, erg geschikt voor terras en balkon.
  • Bandwilg: Salix udensis ‘Sekka’ is misschien wel bekender uit boeketten en kerststukjes dan als struik of boom. Deze wilg heeft afgeplatte takken die licht gedraaid groeien. Ze zijn glanzend roodbruin van kleur en heel decoratief. Het blad is groenglanzend en in het voorjaar bloeit de bandwilg met langwerpige katjes.