tips & inspiratie

Latijns lijstje

Die ene mooie plant in je tuin.. Daar zou je er wel eentje van bij willen hebben. Of je wilt een nieuwe na de verhuizing. Maar eenmaal in het tuincentrum zie je door de bomen het bos niet meer, welke was het nu? Maak in een handomdraai een Latijns lijstje en deze dilemma’s behoren definitief tot het verleden!
Waarom worden er eigenlijk van die moeilijke Latijnse namen gebruikt door kwekers? Wat heb jij eraan om die te onthouden? We geven je een kijkje in de wereld van plantkundigen om de naamgeving uit te leggen!

Linnaeus’ systeem

Om planten uit elkaar te houden gebruiken ‘plantenmensen’ een systeem waarin iedere plant een eigen naam krijgt. De basis voor het gebruik dit systeem is gelegd door de Zweedse botanicus Carl Linnaeus in de 18e eeuw. Linnaeus studeerde in die jaren in Nederland en schreef hier de eerste versie van zijn boek Systema Naturae, dat later een meesterwerk zou blijken. Hierin beschreef hij een systeem met drie namen per plant (familie, soort en ras), waardoor het onderscheid maar ook de verwantschap tussen planten duidelijk wordt.

Allemaal dezelfde naam

Het Latijnse naamgevingssysteem gebruikt familie-, soort- en rasnamen. Dat is een groot verschil met Nederlandse plantennamen, waar vaak één en dezelfde naam voor een hele groep rassen en soorten en soms zelfs families wordt gebruikt. Hierdoor weet je met een Latijnse naam precies wat je kunt verwachten terwijl er met Nederlandse namen veel vergissingen mogelijk zijn. Meerder planten hebben dan immers dezelfde naam.

Een voorbeeld: In het Nederlands hebben we het simpelweg over de vlinderstruik. In het Latijn is dat de familie Buddleja. De meest bekende soort is davidii en een bekend witbloeiend ras is ‘White Profusion’. Het ras ‘White Ball’ bloeit ook wit, maar groeit veel compacter.

In het Nederlands: of In het Latijn:
Vlinderstruik Buddleja davidii ‘White Profusion’ 200-250cm hoog
Vlinderstruik Buddleja davidii ‘White Ball’ 80-100cm hoog

Als je dus vraagt om een witbloeiende vlinderstruik kun je met beide soorten thuiskomen. ‘Lage witbloeiende vlinderstruik’ geeft meer kans op het gewenste resultaat, maar naast ‘White Ball’ zijn er meer (semi)compacte rassen. Na enkele maanden zie je dan ineens verschillen: ..toch de verkeerde, helaas!

Simpel opgelost

Houdt de Latijnse namen bij wanneer je planten koopt, dan kun je die makkelijk terugvinden wanneer je ze weer nodig bent. Dat kan op verschillende manieren. De allersimpelste is door de labels en etiketten te verzamelen in een schoenendoos. Je weet zelf misschien niet meer exact wat bij welke plant hoort, maar je tuinman of tuincentrum kan je vast helpen het goede etiket bij jouw omschrijving te vinden.
Iets meer werk is het maken van een tuinplattegrond met nummers op de plek van de planten. Het nummer zet je op een lijstje en daarachter schrijf of typ je de naam van de plant. Terugzoeken is zo een fluitje van een cent.
Naambordjes gaan natuurlijk wat ver in een gewone tuin. In de moestuin zijn ze wel weer heel handig. Ook in tuinen die open zijn voor publiek, zoals botanische tuinen, is het een uitkomst.
Bewaar dus voortaan de etiketten en vraag ons om even de naam op te schrijven als jouw aankoop geen etiket heeft. Dat doen we graag voor je!