tips & inspiratie

Waarom loopt de ene beuk eerder uit dan de andere?

Een opvallend verschijnsel in het voorjaar; in de beukenhaag staan sommige planten al helemaal in het blad terwijl anderen nog maar net begonnen zijn met uitlopen. De verklaring is simpel en gelukkig heeft het niets te maken met hoe gezond je heg is of hoe goed je deze verzorgd.

Broertjes en zusjes

Alle beuken die gekweekt worden als haagplant zijn hun leven begonnen als beukennootje. Vanuit de zaden worden haagplanten opgekweekt die na een aantal jaar in jouw tuin een haag gaan vormen. Omdat beuken gezaaid worden zijn ze genetisch allemaal verschillend, het zijn eigenlijk broertjes en zusjes. Voor een deel hebben ze dezelfde eigenschappen, maar er zitten ook verschillen tussen de planten. Die verschillen zie je bijvoorbeeld terug aan het tijdstip van uitlopen bij beuken, aan de winterkleur, en aan hoe opgaand de plant groeit bij Taxus baccata of aan de bladkleur bij rode beuken.

Klonen

Er zijn ook soorten haagplanten die gekweekt worden door te stekken. Dat betekent eigenlijk dat de jonge plantjes genetisch helemaal gelijk zijn aan de ouderplant (en aan elkaar). Het is een soort klonen. De verschillen die te zien zijn bij deze planten worden alleen veroorzaakt door de standplaats en verzorging. In een heg van gestekte planten is daardoor niet of nauwelijks verschil te zien tussen de planten. Goede voorbeelden hiervan zijn Buxus, coniferen soorten en liguster.

Waarom zaaien of stekken?

De keuze om een bepaalde plantensoort te zaaien of stekken heeft vooral te maken met hoe de plant groeit en hoe makkelijk het is om deze te stekken. Van beuken kan vrij gemakkelijk zaad verzameld worden, waarvan snel jonge planten groeien. Het stekken van een beuk stekken is daarintegen erg lastig en daardoor duur. Voor Buxus en coniferen geldt weer dat stekken relatief makkelijk gaat en dat het lastig is om zaad te verzamelen. Voor Taxus is zaaien de gemakkelijkste en goedkoopste optie, dat wordt dan ook bijna altijd gedaan voor de ‘gewone’ Taxus baccata.

Bij speciale rassen met aparte eigenschappen geldt dat het nodig is om de plant te klonen om die eigenschappen te behouden, dat wordt bijvoorbeeld gedaan voor Taxus media ‘Hillii’ die een vrij zuilvormige groeivorm heeft.