tips & inspiratie

5 tips voor het planten van bomen, struiken en hagen

21 oktober 2020 groen doen in...

Van oktober tot april is het planttijd: je kunt dan bijna alle bomen, struiken en haagplanten (ver-)planten. Tegenwoordig worden ook veel planten in pot gekweekt waardoor je altijd kunt planten. De aanplant van een plant is erg belangrijk voor de verdere groei. Wij zetten 5 planttips op een rijtje.

Graaf een groot, liefst vierkant, gat. Het plantgat moet zo ruim zijn dat je de (kale) wortels van de plant naar alle kanten kunt uitspreiden. Bij een plant met een kluit of uit pot moet er ruimschoots ruimte zijn rondom de kluit; liefst een gat dat 1,5 tot 2 keer zo breed is als de kluit. Zorg er ook voor dat het gat 1,5 tot 2 keer zo diep is, of dat de grond in ieder geval tot die diepte los is gespit. Dit alles zorgt ervoor dat de wortels zich goed kunnen verspreiden. Zo voorkom je dat ze in rondjes gaan groeien en de plant moeite heeft om zelf water te vinden.

Plant niet te diep. De meeste bomen, struiken en haagplanten houden er niet van wanneer ze dieper geplant worden dan ze op de kwekerij stonden. Het kan er zelfs voor zorgen dat een boom 50% minder groeit als hij te diep wordt geplant. Voor planten met (pot)kluit geldt dat je de bovenkant (pot)kluit gelijk plant met de bovenkant van de aarde. Bij planten met kale wortel zie je een duidelijke verkleuring op de plek waar de wortel overgaat in de stam. Laat het je gerust een paar keer aanwijzen wanneer je planten koopt, je zult het dan al snel zelf gaan herkennen.

Haal de wortels van in pot gekweekte planten los voor aanplant. Vooral wanneer de wortels in de pot al rond gegroeid zijn is het een goed idee om ze voorzichtig los te maken. Je stimuleert daarmee de wortelgroei en zorgt dat ze niet eindeloos in rondjes blijven doorgroeien. Je kunt ook (met mate) wat wortels snoeien of een kluit inscheuren voor dit doel.

Verrijk het plantgat met voedingsstoffen. Meng door de bodem van het plantgat potgrond of compost en meng dit ook door de grond waarmee je het gat gaat opvullen. Daarmee voeg je voedingsstoffen toe voor de eerste tijd en het helpt om water vast te houden, zeker op zandgrond. Direct (kunst)mest geven bij of na het planten is niet nodig. De plant moet eerst aanslaan en beginnen te groeien, daarna krijgt deze pas behoefte aan meer voeding.

Zorg dat je makkelijk water kunt geven. Maak bijvoorbeeld een ‘dijkje’ van aarde rondom het plantgat. Je kunt dan meer water ineens geven, dat in en rondom de kluit/wortels in de grond trekt. Een gietrand werkt hiervoor ook heel goed, zeker bij grotere struiken en bomen. Het scheelt watergeven en stimuleer de wortelgroei doordat er het vocht dieper in de grond trekt. Dit voorkomt ‘luie’ planten.